‘Oefenen op een pop is anders dan werken met een echt persoon’ 

Cato Klein Goldewijk | Vakantie- en bijbaan

Azora

‘Oefenen op een pop is anders dan werken met een echt persoon’ 

Cato Klein Goldewijk | Vakantie- en bijbaan

Azora

Cato Klein Goldewijk is eerstejaars verpleegkundige in opleiding als zij vakantiewerk in de zorg doet. ‘Dat was een hele goede voorbereiding op het tweede jaar van mijn opleiding, want tijdens het uitvoeren van zorghandelingen leerde ik nog beter rekening houden met de persoonlijke wensen van bewoners.’

Cato: ‘Tijdens het eerste jaar van de opleiding tot verpleegkundige liep ik stage in de Bettekamp. Tijdens die stage hoorde ik van een collega over de mogelijkheid om in de zomer vakantiewerk te doen bij Azora. Dat leek me meteen leuk, ook omdat dit mooi aansloot bij mijn opleiding en me de kans gaf om meer ervaring op te doen.’

‘Tegelijkertijd deed ik veel relevante werkervaring op en dat voelde als een goede voorbereiding op het tweede jaar van mijn opleiding.’

Cato wordt aangenomen. ‘Ik werkte die zomer een paar dagen per week ondersteunend aan de zorg op dezelfde afdeling als waar ik als eerstejaars stage liep. Ik werkte dus met collega’s die ik kende en deed de werkzaamheden die ik gewend was te doen. Dat voelde heel fijn en vertrouwd. Tegelijkertijd deed ik veel relevante werkervaring op en dat voelde als een goede voorbereiding op het tweede jaar van mijn opleiding.’

Bewoners goed leren kennen

Een ochtenddienst startte vaak met het lezen van rapportages, zodat ze wist hoe het met de bewoners ging en of er bijzonderheden waren waar ze rekening mee moest houden. Daarna overlegde ze met haar collega’s wie welke bewoner zou helpen met opstaan. ‘Op een gegeven leerde ik een bewoner zo goed kennen, dan wist ik precies wat die persoon nodig had en hoe laat die graag uit bed wilde.’ Als alle bewoners uit bed waren, dronken ze samen koffie en rapporteerde ze over haar werkzaamheden en observaties in het dossier van de bewoner.

Soms werkte Cato in de ochtend, andere keren werkte ze in de avond. ‘Als ik tot 12:00 uur werkte, dekte ik vaak ook alvast de tafel en zette ik koffie en thee voor de bewoners die in de huiskamer eten. Als er een vraag binnenkwam via de pieper, ging ik naar die bewoner toe om te helpen.’

Een kaarsje branden

Volgens Cato is de interactie met bewoners het leukste aan het werk. ‘Ik maakte graag een praatje met de mensen. Toen ik na mijn theorie-examen voor mijn rijbewijs weer op het werk kwam, vroegen bewoners meteen aan me of ik geslaagd was. Sommige bewoners hadden zelfs een kaarsje voor me gebrand. Dat vond ik zo lief. En het kwam uiteindelijk goed: ik slaagde gelukkig voor het examen.’

Cato genoot van het contact met bewoners. ‘Vooral op de momenten dat ik bewoners aan het lachen kreeg of als ze me zeiden dat ik ze zo fijn geholpen had. Tegen een collega zei een bewoner eens dat ze echt wat aan mijn hulp had gehad en dat ze me zo’n leuke meid vond. Dat bewoners dankbaar zijn en via een collega terug horen dat ik iemand echt geholpen had, dat vond ik heel fijn.’

‘Maar oefenen op een pop is heel anders dan werken met een echt persoon. Iedere cliënt is anders en heeft ook andere wensen.’

‘Aan mijn vrienden vertel ik dat mijn vakantiewerk superleuk en ook heel leerzaam was. Zeker in combinatie met mijn opleiding. Sommige dingen, zoals wassen en aankleden, had ik op school bijvoorbeeld net geleerd en kwam ik vervolgens in de praktijk tegen.’ In het eerste jaar van haar opleiding leerde Cato vooral over de persoonlijke verzorging van cliënten. ‘Maar oefenen op een pop is heel anders dan werken met een echt persoon. Iedere cliënt is anders en heeft ook andere wensen.’

Met een voldaan gevoel naar huis

In de praktijk merkte Cato naar eigen zeggen pas echt goed dat iedereen anders is. ‘En dat je met iedereen dus ook net anders omgaat. Daar leerde ik goed mee omgaan en dat vond ik een groot voordeel tijdens de opleiding. Eigenlijk staat in de boeken vooral hoe je een handeling uitvoert, maar in de praktijk leer je afstemmen en rekening houden met de wensen van bewoners.’

Cato zit nu in het tweede jaar van haar opleiding en dat gaat goed. ‘Aan het einde van een werkdag ga met een voldaan gevoel naar huis. Ik heb iedere dag weer het gevoel dat ik iets bijdraag en dat ik een bewoner of collega kan helpen. En dan zijn bewoners andersom vaak ook nog dankbaar voor je hulp, dat maakt het werk alleen nog maar mooier.’

Blijf op de hoogte van nieuwe banen

Meld je nu aan voor een jobalert en mis nooit meer een vacature.
 

Top